Kleurwedstrijd!

Niespiet redt het Sinterklaasfeest

Door Eva Hadermann
Niespiet

Kennen jullie Niespiet al? Niespiet is één van de helpers van de Sint. Misschien wel zijn beste helper. Hij houdt van het Sinterklaasfeest. Hij werkt het hele jaar lang het hardste van alle Pieten. Maar telkens wanneer het kouder wordt en het Sinterklaasfeest dichterbij komt, begint hij zo hard te hoesten en te niezen dat hij bijna omvervalt. Zo kan hij niets anders doen dan een zakdoek voor zijn neus houden. Hij heeft dus nog nooit mee op de daken geklommen om de pakjes te verdelen. En dat vindt Niespiet heel erg jammer.

Maar dit jaar gebeurt er iets geks. Niespiet wordt al ziek tijdens de warme dagen van de lente. De Sint en de Pieten maken zich zorgen. Ze horen op het nieuws dat mensen over de hele wereld zo ziek worden als Niespiet. Wat is er toch aan de hand?

Niespiet wordt gelukkig snel beter, maar de voorbereidingen voor het Sinterklaasfeest kunnen niet verdergaan zoals gepland. Want één voor één beginnen de andere Pieten te hoesten en te niezen. Samen met Hoofdpiet bedenkt de Sint een plan om het Sinterklaasfeest zo goed mogelijk verder te kunnen voorbereiden. Alle Pieten worden in kleine groepjes verdeeld over het kasteel en werken daar verder aan hun eigen taak. Hoofdpiet verblijft in de kamers van de Sint. De Bakpieten blijven op de keukenverdieping. De Postpieten logeren tussen de brieven in de postafdeling. De Zorgpieten blijven in de ziekenboeg. De Waspieten wonen tussen de wasmachines. De Stalpieten kamperen bij het paard. En de Dakenpieten verblijven in de turnzaal. Enkel Niespiet, die nu niet meer ziek lijkt te worden, mag van kamer naar kamer om te helpen waar nodig.

De Sint blaast het af

Enkele weken voor het Sinterklaasfeest liggen de meeste Pieten ziek in bed. De Zorgpieten hebben het erg druk. De Sint probeert de overige Pieten zoveel mogelijk moed in te spreken. Maar wanneer ook Hoofdpiet ziek wordt, geeft de Sint het op. Hij roept Niespiet bij zich.
“Beste Niespiet, ik heb besloten om het Sinterklaasfeest niet door te laten gaan dit jaar”, zegt de Sint treurig. “Ik wil je bedanken voor al je harde werk, maar zonder de andere Pieten lukt het ons niet om alles tijdig klaar te krijgen. Bovendien blijven mensen overal ter wereld ziek worden en moeten we voorzichtig zijn. Ik krijg zelfs brieven van kinderen die vragen om dit jaar toch maar niet langs te komen. Als ik mijn verjaardag niet met alle kinderen kan vieren, dan vier ik hem liever niet.”

Niespiet neemt één van de brieven op het bureau van de Sint:

Liefste Sinterklaas,

Hopelijk gaat alles goed met u. Ik ben altijd zo blij wanneer u langskomt en kijk telkens het hele jaar uit naar het Sinterklaasfeest.

Maar omdat mijn papa snel ziek wordt, moeten we erg voorzichtig zijn met het ontvangen van bezoek. U brengt me altijd de leukste cadeautjes, maar dit jaar wil ik eigenlijk alleen maar dat mijn papa gezond blijft.

U mag daarom dit jaar mijn huisje overslaan.

Lieve groetjes,
Emma

Brief

Nu begrijpt Niespiet waarom de Sint zijn verjaardag dit jaar wil overslaan. Toch wil hij niet zomaar opgeven. Er moet een manier zijn om het Sinterklaasfeest te kunnen laten doorgaan. Bovendien heeft hij zich nog nooit zo fit gevoeld in deze periode van het jaar. Hij besluit om nog harder te werken. Hij loopt van de ene Pietenpost naar de andere om brieven te sorteren, speculaas te bakken, pakjes te maken, de kleding van de Sint te strijken en het paard te verzorgen. Tussendoor loopt hij zo vaak hij kan langs de zieke Pieten om hen wat op te vrolijken. En vlak voor hij naar bed gaat, glipt hij nog even binnen in de turnzaal van de Dakenpieten en oefent er zijn klim- en klauterkunsten.

In bed bedenkt Niespiet een plan om het Sinterklaasfeest op een veilige manier toch te kunnen laten doorgaan. Als ze ongemerkt het land binnensluipen, kan niemand hen in grote menigte staan opwachten. En als ze tijdens de nacht van het Sinterklaasfeest alle pakjes en snoepgoed naar binnen gooien langs de schoorsteen of langs het raam, hoeven ze bij niemand naar binnen te gaan.

Vroeg in de ochtend vertelt Niespiet zijn plan aan de Sint. Die vindt het eerst maar niets.
“We kunnen met ons twee toch nooit al het werk doen. Ik ben niet meer van de jongste, hoor. Het wordt ook zo’n rommeltje als je alles van ver naar binnen moet gooien. En hoe moet dat dan met wat ze voor ons bij hun schoentje leggen?”
Maar Niespiet had het gemopper van de Sint een beetje verwacht en zei:
“Lieve Sint, we hebben nog enkele dagen om extra goed te oefenen op het gooien en strooien. Ik ben er zeker van dat u daar ook weer wat fitter van zal worden. Laat ons aan de kinderen vragen hun schoen binnen te laten staan, maar de wortel voor het paard buiten te leggen, voor het raam of de deur. En u mag niet vergeten dat een beetje Sintenmagie wonderen doet.”
De Sint denkt even diep na. Plots zegt hij opgewekt:
“Je hebt gelijk, mijn beste Niespiet! Kom, we maken er gewoon het beste van.”

De volgende dagen klinkt er in het kasteel van de Sint veel gestommel. Het gooien van pakjes door kieren gaat moeilijk. Mandarijnen ploffen uit elkaar. Koekjes vliegen in het rond. Chocolademannetjes vallen in stukken. Het hele kasteel is een puinhoop. Maar de Sint en Niespiet hebben er stiekem veel plezier in.

De dag van vertrek nadert en Niespiet brengt de laatste zaken op orde. Hij gaat op zoek naar een geschikt vervoermiddel. Want om niet te veel aandacht te trekken, blijven het paard en de stoomboot dit jaar in Spanje. Ook het vinden van een goede vermomming voor onderweg is geen gemakkelijke klus.

Met nog maar enkele dagen voor het Sinterklaasfeest moeten Niespiet en Sinterklaas nu echt wel vertrekken. Ze nemen afscheid van de zieke Pieten en de Zorgpieten en beginnen aan hun lange tocht naar ons land.

Het is 4 december wanneer ze laat op de avond aankomen in lege straten.
“Het is toch maar stil”, zegt de Sint droevig.
“Geen blije kinderen die ons zingend staan op te wachten.”
Niespiet legt een hand op de schouder van de Sint.
“Inderdaad, Sinterklaas. Maar het belangrijkste is dat we de kinderen toch nog kunnen verrassen met cadeautjes en wat lekkers.”
De Sint knikt, maar is nog niet helemaal opgevrolijkt. Daar weet Niespiet wel raad op.
“Kijk, Sinterklaas, daar staat een raam op een kiertje. Zullen we de kinderen al even laten weten dat we hier zijn en wat lekkers door het raam gooien?”
De ogen van de Sint beginnen te fonkelen.
“Goed idee, beste Niespiet!”

Sinterklaas graait wat snoep uit de zak en wandelt verder tot hij precies voor het huis staat met het openstaande raam.
“Kom, Niespiet, we maken er een wedstrijdje van. Wie als eerste 10 koekjes naar binnen kan gooien, wint”, zegt Sinterklaas. Niespiet zet zich naast de Sint en telt af: “3… 2… 1… Start!”
De Sint gooit de koekjes één voor één naar het raam, maar Niespiet wil geen tijd verliezen en gooit met tientallen koekjes tegelijk.

Hé, wat doen jullie daar?” klinkt een luide stem aan de andere kant van de straat. De Sint en Niespiet laten de rest van de koekjes van schrik op de grond vallen.
“Ramen stukgooien? Inbreken? Niet in mijn stad!” Het is de stem van de politieagent die tijdens zijn ronde de Sint en Niespiet opmerkt.
“Kom maar even mee naar het politiekantoor”, zegt hij streng. Wanneer hij de Sint bij de arm wil nemen, zegt Niespiet snel:
“Maar u kan de Sint toch niet arresteren? Wie brengt er morgenavond dan alle pakjes naar de kinderen?”

De politieagent gelooft hem niet en begint te lachen.
“Natuurlijk. Sinterklaas. Haha! En dan gaat u me straks vertellen dat u één van zijn Pieten bent?”
“Dat klopt”, antwoordt Niespiet vastberaden. “Ik ben Niespiet.”
“Hou maar op met die flauwekul”, zegt de agent streng.
“Ik weet best wel hoe de Sint en zijn Pieten eruitzien. En van een euh… Snottepiet heb ik nog nooit gehoord.”
“Snottepiet? Ik ben helemaal geen Snottepiet. Ik ben Niesp…”
“Bovendien”, onderbreekt de agent hem, “heb ik de Sint nog niet zien aankomen in ons land en is het geen 6 december. Je zal dus een ander verhaaltje moeten bedenken om je hieruit te praten. Kom maar mee.”
De agent duwt de Sint en Niespiet in de politiewagen en brengt hen naar het politiebureau.

Niespiet zucht wanneer de politieagent de celdeur achter hen dichtgooit. “Ik ben benieuwd wat jullie morgen te vertellen hebben, na een nachtje in de gevangenis”, horen ze hem roepen. De Sint gaat zitten en sluit zijn ogen.
“Zet je even neer, Niespiet”, zegt de Sint kalm. Maar Niespiet loopt nerveus heen en weer. Hij weet zich helemaal geen raad meer. Morgenavond moeten ze de daken al op en de pakjes zijn nog niet gesorteerd. En ook de dakenkaart moet nog gecontroleerd worden. Zelfs als ze de volgende ochtend worden vrijgelaten is er niet voldoende tijd. Niespiet zucht en gaat zitten. Er rolt een dikke traan over zijn wang.
“Hier stopt het dan, Sinterklaas”, snikt Niespiet. “Al het harde werk is voor niets geweest.”
“Kom, kom, beste Niespiet”, zegt de Sint zacht. “We gaan ons nu toch niet laten tegenhouden, hé.”
“Maar Sinterklaas, we zitten opgesloten!” roept Niespiet uit. En dan moet de Sint lachen.
“Ach ja, nu weet ik weer dat je nog nooit met ons op dakentocht bent geweest. Maar zal ik je eens wat vertellen?” De Sint buigt zich naar Niespiet en fluistert: “Sinterklaas en zijn Pieten zitten NOOIT opgesloten.” Zijn ogen fonkelen geheimzinnig.

De volgende ochtend schrikt de politieagent zich een hoedje wanneer hij een lege cel aantreft. In het midden van de cel, vindt hij een klein pakje met een briefje erbij:

Beste Peter,

Wat ben jij een grote jongen geworden. Ik moest even denken, maar nu weet ik het weer. Jij bent Peter De Smedt uit de Ridderstraat 17. Een lieve jongen die ik 20 jaar geleden blij maakte met een rood autootje met afstandsbediening.

Het spijt me dat we niet langer kunnen blijven, maar je begrijpt vast wel dat er vanavond heel wat andere kinderen zijn die we blij willen maken. En jij kan ons hierbij helpen. Zou je zo vriendelijk willen zijn de kinderen op de hoogte te brengen van onze komst?

Allerbeste groeten,
Sinterklaas en Niespiet

Na het lezen van de brief kan de politieagent geen woord meer uitbrengen. Heeft hij vannacht de enige echte Sinterklaas in de gevangenis gestopt? Bijna had hij ervoor gezorgd dat het Sinterklaasfeest niet kon doorgaan. Wat zullen zijn vrouw en kinderen daarvan zeggen? Hij slikt even. Gelukkig kan hij het nog goedmaken. Hij leest vlug de instructies van Niespiet op de achterzijde van de brief en gaat meteen aan de slag.

Via de radio horen de kinderen dat de Sint veilig is aangekomen en leren ze hoe ze dit jaar hun schoen moeten klaarzetten. De volgende avond zijn de straten nog steeds leeg, maar worden ze gevuld met vrolijke Sinterklaasliedjes. Wat zijn de kinderen opgelucht en blij nu ze weten dat de Sint toch zal komen.

En dan is het eindelijk zover. Niespiet staat te trappelen wanneer de Sint hem de zak met pakjes overhandigt.
“Ben je er klaar voor, m’n beste Niespiet?”
“Ja, Sinterklaas”, zegt Niespiet ontroerd. Hij kan nog steeds niet geloven dat hij eindelijk de daken op zal gaan. Zonder al te veel moeite klimt hij langs vensterbanken en regenpijpen omhoog om zoveel mogelijk door de schoorstenen naar binnen te gooien. De Sint neemt de huizen zonder schoorsteen voor zijn rekening en mikt zo goed hij kan door de open ramen. Af en toe vallen de pakjes wat rommelig neer of breekt er een speculaasmannetje. Er is dit jaar ook iets meer Sintenmagie nodig om alles op één avond klaar te krijgen. Maar wanneer het licht begint te worden en de eerste Sinterklaasliedjes klinken zijn de Sint en Niespiet weer klaar om terug naar huis te vertrekken.

Bovenop de daken zitten de Sint en Niespiet samen te luisteren naar het gezang van de kinderen.
“Bedankt, Sinterklaas, dat ik mee op de daken mocht”, zegt Niespiet blij.
“Het was weer eens wat anders”, lacht Sinterklaas. “Maar ik wil vooral jou bedanken, Niespiet. Want jij hebt dit jaar helemaal op je eentje het Sinterklaasfeest gered!”

Wat fijn dat jullie mee op avontuur gingen met Niespiet en de Sint.

Ik ben al enkele jaren bezig met het schrijven van verhalen voor kinderen. In de leefwereld van mijn twee zoontjes ga ik op zoek naar inspiratie om hen telkens weer te kunnen verwonderen. Toen één van hen thuiskwam met een boekje over Sinterklaas, begon ik me af te vragen hoe het Sinterklaasgebeuren een plaats kon krijgen in de huidige omstandigheden. Ik ging meteen aan de slag met schrijven en tekenen.

Nu we de laatste weken zoveel meer tijd doorbrengen in eigen huis, wilde ik de kamers vullen met dat ietsje meer Sinterklaassfeer. Door dit verhaal te via sociale media kunnen jullie me helpen om nog meer kinderen te laten genieten van de belevenissen van Niespiet en de Sint.

Ik wil alvast Wannes Van Loock, Rita Vermant en Lester Van Loock bedanken voor hun bijdrage aan dit project. Verder kon dit verhaal niet tot stand komen zonder Louis en Emiel. Bedankt, lieve schatten, om zo in de verhalen van mama te geloven.

Ben je benieuwd naar meer verhalen? Neem dan geregeld een kijkje op Facebook en Instagram. Zou je de verhalen liefst in boekvorm zien verschijnen? Dan kan je me vrijblijvend steunen.